Voor de kat zijn viool

Hij is er al drie jaar niet meer, maar man, wat een leven had Guus. Na een moeizame start in een asiel nam hij zijn intrek in mijn appartement. We moesten even aan elkaar wennen, maar toen het ijs gebroken was waren we onafscheidelijk. Zwaan-kleef-aan. Daar waar ik was, kwam hij aangetrippeld. Vrolijk spinnend en soms klagelijk miauwend als die kroel op z’n bol iets te lang op zich liet wachten. Maar het was niet alleen maar koek en ei hoor. Als hij zijn kattenbak weer eens gemist had, wilde ik hem het liefst achter het behang plakken en we ruzieden dagelijks om de fijnste plek op de bank. Toch trok hij altijd aan het langste eind. Ik kon hem niets weigeren, mijn lieve gestreepte tijger.

Afgelopen week las ik een artikel in de Volkskrant met de fascinerende titel ‘Voor het eerst grijpt de NVWA in bij het fokken van designerkat met gezondheidsproblemen’. Ik heb de kop een paar keer moeten lezen. De moeilijkheid zat hem vooral in de term ‘designerkat’. Noem mij naïef, maar ik wist niet dat een poes op maat big business was. Voor een aardige duit kun je in de mutantenfokkerij bijvoorbeeld de razend populaire Bambino Sphynx bestellen. Een kale poes met verkorte voorpootjes die net wat leuker kleurt bij je beige bankstel dan Minoes.

Het fokken van dergelijke huisdieren is sinds 2014 verboden, maar dit verbod is tot nu toe niet gehandhaafd. Want zo luidt de verklaring van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit: ‘We hadden nog bepaalde wetenschappelijke argumentatie nodig om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van een schending van het dierenwelzijn….’ Ik ben geen Einstein, maar het opzettelijk creëren van mismaakte huisdieren lijkt mij geen daad van dierenliefde. Dat vond een team van wetenschappers uiteindelijk ook. Na uitvoerig onderzoek concludeerde men dat de dieren in kwestie lijden aan beperkte bewegingsvrijheid, versterkte temperatuurgevoeligheid, huidbeschadiging, verminderde zintuiglijke waarnemingen en beperking van het natuurlijk gedrag. De fokkers kregen een tik op de vingers, maar de zaken gaan vooralsnog gewoon door.

Een simpele kwestie van vraag en aanbod, er is blijkbaar behoefte aan een customized huisdier. Honden met verkorte snuitjes kunnen nauwelijks ademhalen, maar wat zien ze er schattig uit op Insta. Net als die haarloze katten die niet naar buiten kunnen – omdat ze met een beetje zonneschijn levend verbranden – maar oh zo grappig zijn op jouw ‘duckface’ selfie. Dikke like voor dierenleed.

Ok, misschien ben ik wat zwart-wit, maar de wens om ook de dierenwereld maakbaar te maken baart mij zorgen. De dieren die het geluk hebben niet op ons bord te belanden, worden voor ons plezier opnieuw ontworpen en gefokt. Wie betaalt die bepaalt. En houdt Fikkie 2.0 het door allerlei handicaps maar een paar jaar vol, dan schaffen we gewoon een nieuw exemplaar aan. Ook in de huisdierenscene heeft de wegwerpcultuur een stevige poot aan de grond gekregen.

Weemoedig denk ik aan Guus. Als ik hem op de foto wilde zetten, draaide hij altijd nuffig zijn hoofd weg. Voor het populaire ‘Cats of Instagram’ was hij verre van geschikt. Het liefst kroop hij bij mij op schoot. Comfortabel opgekruld lag hij te spinnen, terwijl ik zachtjes door zijn vacht streek. Hij kon dat urenlang volhouden en voor mij was dat verplicht onthaasten. Met een haarloze variant is het minder fijn kroelen, maar het zal vast niet lang duren of de mutantenfokkerij heeft daar weer iets op bedacht… Een kat met haar.

 

 

NB. Dit blog heb ik geschreven naar aanleiding van dit artikel in de Volkskrant.

 

Instagram
Twitter
Facebook

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven